Merlijn Barkema

Al in de jaren ‘50 waren er plannen om de faculteit Diergeneeskunde te verhuizen van de Biltstraat naar de Uithof. Er waren grote problemen met de overvolle en uitgediende panden. Door bezuinigingen en onderhandelingen over de bouwplannen duurde het lang voor de verhuizing tussen 1967 en 1988 stapsgewijs plaatsvond. 


De panden aan de Biltstraat waren er in hun laatste jaren van gebruik niet al te best aan toe. Vooral eind jaren ’60 schreven kranten uitgebreid over de onhoudbare situatie. Een artikel van het AD beschrijft op 24 februari 1967 de huisvesting van de opleiding Diergeneeskunde met die woorden. Daarvan zijn vele voorbeelden, van vrieskasten met gevaarlijke virussen in de gang tot een operatiekamer die meer lijkt op “het bijgebouw van een huisslager uit de jaren 1900”.

De faculteit barstte uit haar voegen. Door ontwikkelingen zoals de groei van het aantal huisdieren en schaalvergroting in de veehouderij waren er meer dierenartsen nodig. Alle Nederlandse dierenartsen werden en worden opgeleid in Utrecht. Daarom had die groei direct impact op het gebruik van de gebouwen: zalen die voor acht studenten waren gemaakt, werden in de jaren ‘60 gebruikt voor onderwijs aan tachtig studenten. 

Dit probleem begon al kort na de Tweede Wereldoorlog. Al in 1947 zakte een docent door de vloer van zijn practicumzaal. Tijdens een bezoek in 1956 stelde minister Cals vast dat de huisvesting “bij de beesten af” was. Het was aanvankelijk geen prioriteit om de huisvesting te verbeteren, maar dat veranderde langzaam onder steeds uitdrukkelijker protest van de veterinaire medewerkers. Na een periode van geïmproviseerde oplossingen, kwam de verhuizing als een grote opluchting.

De kliniek voor verloskunde was de eerste die mocht verhuizen. Op foto’s uit die tijd is te zien dat medewerkers van de kliniek zich actief bezighielden met hun nieuwe gebouw. Ze inspecteerden muren van betonnen blokken en hielpen soms zelfs een handje mee. Toen het eenmaal zo ver was, werd door hoogleraar De Bois ceremonieel een metalen trousse als laatste instrument uit de kliniek verhuisd. Die is bewaard gebleven in het Universiteitsmuseum en te zien in het Androclusgebouw.

Collectie Universiteitsmuseum Utrecht, inv. nr. UMD-13314. Professor De Bois sluit symbolisch voor de laatste keer de Kliniek voor Verloskunde aan de Biltstraat. Links van hem staat amanuensis Tas, rechts van hem assistent beheerder van de kliniek Pruis.